Nieuws

Huren bij huurderswisseling sterk omhoog

Woningcorporaties zijn van plan de huren van vrijkomende woningen de komende jaren fors op te trekken. Dit blijkt uit onderzoek van het Woonbond Kennis- en Adviescentrum (WKA).

De grote corporaties in de regio Amsterdam spannen de kroon. Zij trekken de huren bij nieuwe verhuringen op naar 95 tot 100 procent van het wettelijk toegestane maximum. Daarnaast laten ook enkele corporaties in Rotterdam en Utrecht weten dat hun beleid erop is gericht de huren fors op te trekken. In het onderzoek is ook een uitsplitsing gemaakt naar krimp of groeiregio’s. In de regio’s waar sprake is van een bevolkingskrimp zijn de huren het laagst, maar zelfs daar willen de corporaties de huren bij huurderswisseling sterk optrekken. In Drenthe met gemiddeld 6,2%, in Groningen met gemiddeld 6,3% en in Friesland met 4,2%.

Verhuurders hebben juridisch gezien de vrijheid om de huurprijs bij huurderswisseling op te trekken. De enige (wettelijke) beperking daarbij is, dat de huurprijs niet boven de maximaal toegestane huurprijs uitkomt. Deze maximumhuur wordt berekend aan de hand van het aantal punten volgens het Woningwaarderingsstelsel. Corporaties maken blijkens het onderzoek veelvuldig gebruik van deze vrijheid. Ook komt naar voren dat ze dit de komende jaren op grote schaal blijven doen.

Gezien de nadelige effecten op de betaalbaarheid, de doorstroming en het huurtoeslagbudget, vindt de Woonbond dat de huurverhogingen bij huurderswisseling moeten worden beteugeld. De Woonbond staat op het standpunt dat de huren de komende jaren (gemiddeld) met maximaal 1 procent boven het inflatiepercentage mogen stijgen. Door in dat ene procent zowel de jaarlijkse huurverhoging (per 1 juli) als de verhoging van de huurprijs bij huurderswisseling mee te nemen, wordt deze laatste aan banden gelegd.

Zie ook tabel: Huidige gemiddelde huurprijs en streefhuur naar provincie.

 

Geschreven op 09.09.10


Web Analytics